Einde goed, allen goed? – Huub Buijssen, Rob Bruntink
‘Hun zo gewenste en geliefde zoontje is nu dood. Het verdriet van de ouders gaat bij mij en bij iedereen die aanwezig Is door merg en been.’
‘Ik wist dat hij dood zou gaan. dat was me verteld door de artsen, maar toen het zover was, drong de waarheid niet tot me door. Ik wilde deze niet onder ogen zien.’
‘Hoe hou je dat werk toch vol? Mij lijkt het verre van gemakkelijk de mensen die je een tijdje verzorgt, te zien sterven.’
Iedereen die in de gezondheidszorg werkt en regelmatig meemaakt dat patiënten, cliënten of bewoners sterven, zal vanuit zijn naaste omgeving deze vraag wel eens te horen hebben gekregen. En als anderen deze niet stellen, zal de zorgende – dat wil zeggen de verpleegkundige, arts, maatschappelijk werkende, verzorgende, (woon)begeleider, geestelijk verzorger, vrijwilliger, enzovoort – deze vraag zichzelf wellicht gesteld hebben.
In dit boek komen zorgenden aan het woord die in 20 persoonlijke verhalen en getuigenissen geprobeerd hebben voor zichzelf een antwoord te geven op de vraag hoe zij het volhouden in de palliatieve. terminale zorg. Elk verhaal eindigt met twee aanbevelingen of tips om het werk met voldoening te kunnen blijven doen.
Middels de inzichten en aanbevelingen die deze ervaringsverhalen aanreiken, schetst het slothoofdstuk een aanzet voor een programma ‘zorg voor zorgenden’.
Dit gebeurt aan de hand van de volgende drie vragen:
- wat kan de zorgende privé (buiten zijn werk) doen?
- wat kan de zorgende als professional doen?
- wat kan de instelling (inclusief de leidinggevende van de zorgende) doen?


