De Anugita – Kashinath Trimbak Telang
Evenals de Bhagavad Gita en de Sanatsugatiya, is de Anugita een van de ontelbare episoden uit de Mahabharata. De Anugita (anu betekent ‘na’ of `voorbij’ en gita ‘lied’, dus ‘na of voorbij het lied’) kan worden beschouwd als een voortzetting, een ‘aftersong’ van de Bhagavad Gita, of eerder nog, een korte herhaling van dit onvolprezen werk.
Al direct aan het begin lezen we, nadat de oorlog uit de Mahabharata voorbij is en de Pandava’s meesters zijn over hun voorvaderlijk koninkrijk, dat Krishna en Arjuna samen een wandeling maken in het grote magische paleis, gebouwd voor de Pandava’s door de demon Maya. Bij die gelegenheid deelt Krishna aan Arjuna zijn wens mede om terug te keren naar zijn eigen volk in Dvaraka, nu de zaak waartoe hij was geroepen gelukkig is beeindigd. Natuurlijk kan Arjuna deze wens niet weerstaan. Maar hij verzoekt Krishna, voor hij vertrekt, om de instructie die reeds aan hem was overgebracht op de ‘heilige vlakte van Kurukshetra te herhalen, daar deze uit zijn ‘ontaarde denkvermogen’ is verwijderd. Krishna merkt vervolgens op dat hij de Bhagavad Gird niet woordelijk kan herhalen, maar Hij is wel bereid aan Arjuna dezelfde instructie in andere woorden mede te delen door middel van een ‘aloud verhaal’ of puratana itihasa. Aldus geschiedt…
Het lezen en bestuderen van de Anugita is een verrijking voor iedere bewonderaar van de Bhagavad Gita
Kashinath Trimbak Telang, ooit rechter aan het Hooggerechtshof te Bombay in de made heift van de negentiende eeuw, was een begaafd spreker, schrijver en Sanskriet-geleerde. Hij was de vertaler van de Bhagavad Gita, de Sanatsugatiya en de Anugita voor de oude en wereldberoemde reeks Sacred Books of the East, onder leiding van Friedrich Max Muller.
Recensie
Nederlandse bewerking in theosofische zin van de oorspronkelijke (1882) Engelse vertaling van de Anugita door K.T. Telang. ‘Anugita’ betekent niet ‘na het lied’ (zie achterplat), maar ‘nazang’. In die zin is de Anugita een vervolg op de bekendere Bhagavadgita. De tekst verhaalt hoe de held Arjuna, na de strijd met zijn neven, weer naar zijn volk wil. Krishna onderwijst hem dan in nieuwe bewoordingen de oude leer uit de Bhagavadgita. De Nederlandse bewerking leunt weliswaar op Telangs vertaling uit het Sanskrit, maar gebruikt ook een Amerikaanse versie van Telang. Het resultaat is een selectief mengsel van beide boeken. Vooral de inleiding ademt een theosofische visie op deze tekst. Dit gaat te vaak ten koste van de nauwkeurigheid. Spelfouten en misinterpretaties tonen aan dat de op zichzelf aardige vertaling te danken is aan de Sanskrit-kennis van Telang en niet aan de kennis van het hindoeïsme van de vertaler.
Drs. C.J.G. v.d. Burg

