De beeldentaal van het Hindoeisme – Eva Rudy Jansen
Dit boekje De beeldentaal van het Hindoeïsme richt zich vooral op de verschijningsvormen van de belangrijkste goden uit het rijke pantheon van het hindoeïsme, verschijningsvormen die in de beeldende kunst vaak terugkeren. Uit de enorme veelheid aan mythologische figuren biedt dit boek een overzichtelijke selectie. Na iedere afgebeelde goddelijke verschijningsvorm volgt een korte uitleg daarvan, en in een apart hoofdstuk vindt men een beknopt overzicht van de rituele gebaren, lichaamshoudingen en attributen die in de afbeeldingen van de goden te bespeuren zijn, met vermelding van hun symbolische betekenis.
Het hindoeïsme is van de zogenaamde ‘grote’ wereldreligies de oudste; de geschiedenis ervan gaat terug tot 3000 jaar voor het begin van onze jaartelling. Maar meer nog dan een religie is het een manier van leven die in die duizenden jaren uit een mengeling van verschillende cultuurinvloeden ontstond. Mede dankzij deze lange en afwisselende geschiedenis zijn de mythologische en religieuze principes van het hindoeïsme zo veelzijdig en wijdverbreid dat volledige kennis ervan welhaast onmogelijk is.
Recensie
In ‘De beeldentaal van het hindoeïsme’ wordt na een korte inleiding over het hindoeïsme in zes hoofdstukken uiteengezet welke betekenis wij in de uitbeelding van de lichaamshoudingen, handgebaren, haardracht, goddelijke dieren enzovoort kunnen onderkennen. Aan het boek ligt heel veel kennis van de uitgebreide en ingewikkelde beeldentaal ten grondslag. Foutloos lijkt het echter niet. Zo wordt de vajrasana (een zit-houding) de padmasana (lotoshouding) genoemd en wordt ‘abhanga’ (‘zonder buiging’) verkeerd vertaald. Elke uitleg gaat gepaard met een illustratie. Een enkele keer heeft de tekening iets gebrekkigs en bijvoorbeeld op bladzijde 20 is het verband tussen tekst en illustraties zoek. Niettemin zal het boek geloofsgenoten veel hebben te bieden.
NBD Biblion
Redactie

