De wereld ging driemaal onder – Mario Zanot
Zeker sinds Cerams ‘Goden, Graven En Geleerden’ weten wij dat archeologie minstens zo spannend kan zijn als criminologie. In dit eerste omvangrijke werk over zondvloed theorieën onderzoekt de Italiaanse archeoloog Mario Zanot in hoeverre oeroude overleveringen, mythen en verbluffend veel op elkaar gelijkende verhalen over de ondergang van de wereld op werkelijkheid berusten. Net als Schliemann, die tegen de wetenschappelijke mening van zijn tijd in, Troje pas ontdekte toen hij Homerus’ aanwijzingen volgde, vond Mario Zanot als lid van archeologische expedities naar Afrika, Klein-Azië en Engeland aanwijzingen voor mondiale en regionale natuurrampen die hun sporen hebben achtergelaten in raadselachtige, duistere teksten, verzonken steden en mysterieuze cultusplaatsen. Vuurregens, overstromingen en verdwenen continenten spreken in het licht van de moderne wetenschap een duidelijke taal. Uitgaande van de gevreesde invloed van kometen – alleen al de geschiedenis van de komeet van Halley laat zich lezen als een utopische roman – reconstrueert Mario Zanot de ‘Grote Zondvloed’ (9000 v. Chr.), de ‘Bijbelse Zondvloed’ (4000 v. Chr.) en de ‘MinoIsche Zondvloed ‘ (13000 v. Chr.). Hij onderzoekt de zondvloed mythen van de Sumiërs, Polynesiërs, Indiërs, Azteken, Maya’s en van de Noordamerikaanse Indianen, die op verschillende tijdstippen ontstonden en toch een vrijwel identiek verhaal vertellen: van Noach en de ark. Noach, zoals wij hem uit de bijbel kennen, krijgt ineens dankzij de gezamenlijke visie van verschillende wetenschappelijke disciplines nieuwe dimenties: als symbool voor diegenen die van geweldige brokken steen observatoria bouwden – Stonehenge, de cromlechs in Peru, de menhirs in Carnac en Marokko, de zikoerrat in Ur. Noach wordt de belichaming van al die astronomen, wijzen en hogepriesters die uit de sterren de wil van God en het teken tot vertrek lazen. In dit tijdperk van milieucatastrofen heeft Noach de bezorgde en hopende mens iets belangrijks te zeggen.

